Interview: Valentin Loellmann

Al vijftien jaar woont en werkt Valentin Loellmann in Maastricht, maar de van oorsprong Duitse designer blijft in ons land nog redelijk onder de radar. Zijn exclusieve meubels vinden hun weg naar kapitaalkrachtige kopers in verre landen. Maar nu bouwt hij zijn eigen universum, een heus landmark voor zijn stad.

‘Ik wil een nieuwe energie creëren,de waardevolste kunstvorm
wat mij betreft’

Valentin Loellmann 

Sinds januari 2020, toen Valentin Loellmann op zijn 36ste de trotse eigenaar werd van de voormalige cokesfabriek aan de rand van het Maastrichtse stadscentrum, beheerst het project zijn leven. Het imposante fabrieksgebouw, inmiddels vlammend oranjerood gekleurd, wordt in rap tempo getransformeerd tot een multifunctioneel centrum voor kunst, design en natuur. En uiteraard ook Valentins atelier, waar zijn meubels worden gemaakt. Met grenzeloze ambitie heeft de ontwerper zich ontpopt tot zakelijk talent, vastgoed specialist, projectontwikkelaar, architect, landschapsontwerper en, last but not least, de realisator en uitvoerder van zijn eigen dromen. ‘Eigenlijk is het ongelooflijk dat de gemeente met mij in zee ging, maar ik heb ze gewoon voor het blok gezet: ik koop het op mijn condities, en anders niet.’ Valentin vertelt het alsof het de normaalste zaak is tijdens een rondleiding over zijn terrein van totaal 5000 m2. Natuurlijk is hij ingenomen over zijn nieuwe megaonderneming, maar ook bescheiden. Of is het onderkoeld zelfvertrouwen? ‘Ik heb veel geleerd in de afgelopen jaren, onder meer van een oude vriend, een captain of industry. In feite ben ik nog steeds een verlegen mens, maar ik zorg altijd dat ik goed geïnformeerd ben en álle details heb doorgenomen.’ Niet voor niets noemt Valentin zich een controlfreak.
De rondgang begint meteen achter de poort, waaraan nog druk gelast wordt. Valentin gaat voor, rechtsaf, omhoog het groen in. ‘We zijn begonnen met een groot gat te graven en een heuvel te maken.’ Het natuursteen voor een hellend pad en de bomen erlangs liet hij uit Italië komen. In het diepe gat ernaast is een ondergronds gebouw gepland, maar dat komt later. Langs een kant van de fabriek is al een organisch gevormd plein annex skatebaan aangelegd. ‘We zijn hier allemaal enthousiaste skaters.’ Langs twee andere zijden ligt inmiddels een enorme vijver. ‘Daardoor hebben we in de meeste ruimtes mooie lichtreflecties tegen de plafonds.’ 

Meester in sfeer
Valentin is een meester in het creëren van sfeer. Zijn meubels, vloeiend van lijn, vertonen een grote liefde voor vormen uit de natuur. Met veel aandacht en liefde worden ze ambachtelijk gemaakt uit diverse houtsoorten, meestal gecombineerd met metaal zoals koper en messing. De sfeer van een elegant sprookjesbos dringt zich op. In een paar ruimtes in de fabriek die grotendeels klaar zijn, heeft de ontwerper het grote gebaar gehanteerd door zijn stijl door te voeren in totaalinrichtingen, compleet met ingebouwde banken, keukenbladen, trappen, deuren en kozijnen. Er is royaal omgesprongen met schitterend merantihout; alleen al de vloeren zijn een feest voor het oog. In zijn vorige atelier, een voormalige hoedenfabriek, had Valentin een groene oase vol planten en waterpartijen gecreëerd. ‘Ik had daar een woonkamer van 600 m2, een soort botanische tuin, met een wandelroute als een sluis tussen de buitenwereld en de mijne. Ik wilde er een filmische energie realiseren.’ Dat was hem goed gelukt, zo bleek. Een bezoekje van de gemeente tijdens de onderhandelingen over de cokesfabriek was doorslaggevend. Lachend: ‘Ik heb ze een beetje betoverd met mijn universum.’ Ooit wilde hij filmregisseur worden, verduidelijkt Valentin. ‘Dat wilde ik vroeger altijd. Daarmee heb je alles in eigen hand: locatie, beeld, muziek, de hele sfeer. Met meubelontwerp is dat moeilijker. Ik ben dus eigenlijk in het verkeerde vak terechtgekomen: ik kan er lang niet alles instoppen wat ik in feite wil doen. Het frustreert mij ook altijd om in het hokje van designer of kunstenaar gestopt te worden. Het proces, het grote geheel, daar gaat het mij om.’ 

Gekneusd zelfvertrouwen
Per ongeluk of door toeval in het verkeerde vak… Zo kwam hij ook in Maastricht terecht en niet op een academie in geboorteland Duitsland; daar waren de toelatingseisen veel strenger. Samen met zijn broer Jonas ging hij in 1999 studeren aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht. Daar was Valentin een voorbeeldige student, maar zijn eindexamen viel niet in de smaak bij zijn docenten. ‘Omdat ik altijd goede cijfers had gehaald hebben ze me op het nippertje laten slagen, maar ze vonden mijn eindwerk maar niks. Ik was volledig mijn eigen weg gegaan en had meubels gemaakt in een vrije vorm.’ Dat waren bijvoorbeeld witte kastjes op een beetje slingerende, ranke poten, waarin hij tweedehands houten lades had verwerkt. Het markeerde het prille begin van zijn organisch gevormde meubelstijl. ‘Die afkeuring kwam hard aan, want ik was totaal overtuigd van het werk.’

Valentins gekneusde zelfvertrouwen werd al vrij snel hersteld doordat een Amerikaanse inkoper zijn werk had gesignaleerd in een publicatie en het opkocht voor een pop-upshop in warenhuis Anthropologie. De man kwam ook weer terug voor méér. ‘Toen merkte ik dat er buiten Nederland een hele wereld vol klanten bestaat.’ Door de samenwerking met buitenlandse galeries, waaronder Gosserez in Parijs, heeft Valentin een internationale clientèle opgebouwd en zijn stijl kunnen doorontwikkelen. Momenteel gaan zijn meubels voornamelijk naar de VS en Korea. ‘In Nederland heb ik geen klanten. Ik heb wel onlangs het interieur van de eerste Aesop-winkel in Amsterdam ontworpen, maar die opdracht kwam regelrecht van het hoofdkantoor in Australië.’ Valentin vindt het creëren van totaalinterieurs inmiddels veel interessanter dan het ontwerpen en produceren van afzonderlijke meubels. ‘Maar de meubels maken het allemaal mogelijk,’ zet hij. ‘Ik vind mezelf geen meubelontwerper. Of ik dan een kunstenaar ben? Dat moeten anderen maar uitmaken. Meubels zijn als het ware mijn dekmantel. Daar kan ik me achter verstoppen, zodat ik niets hoef uit te leggen.’

Zijn ambities liggen op een ander vlak. Valentin wil in zijn fabriek een veelzijdig centrum opzetten, met een nog op te richten foundation, een galerie voor een eigen kunstverzameling met werken van zowel jonge als gevestigde kunstenaars en met ruimtes voor artists in residence. ‘Ik wil wat achterlaten voor volgende generaties.’ Ook gaat hij binnen- en buitenruimtes openstellen voor publiek, met een botanische tuin, horeca en een kiosk. Gedeeltelijk boven de vijver zal een glazen aanbouw verschijnen en er komt een buitentrap als een grote sculptuur aan de korte zijde van de fabriek. Dat de metamorfose van het compleet vervallen fabrieksgebouw al zo ver is, lijkt een wonder. Tijdens de lockdown is er stug doorgewerkt en de gedrevenheid van Valentin is overrompelend. Om zijn onafhankelijkheid te bewaren zag hij af van een miljoenensubsidie. Desondanks kwam er veel gedoe over de kleur die hij het gebouw gaf: ‘Het rood van Ayers Rock.’ 

Onverschrokken eenling
Valentin geeft toe dat het een zware klus is, die veel van hem eist. Hij werkt weliswaar met een tienkoppig team en houdt van samenwerken, maar hij voelt zich toch eenzaam in zijn leidersrol, een onverschrokken eenling. ‘Ik kan niet anders dan doorgaan. Als ik stop word ik ongelukkig. Het proces is mijn taak in het leven en ik begrijp inmiddels dat het nooit af is. Als de fabriek eenmaal klaar is, komt er wel weer wat nieuws. Het proces gaat verder en daar gaat het om. Ik leg de focus op mijn visie en dat is meer een film met een open einde, dan een succesvolle designerstory. Ik wil een nieuwe energie creëren: dat is de waardevolste kunstvorm wat mij betreft.’ 

Eigen Huis & Interieur 06 / 2021
Tekst Marianne van Dodewaard Fotografie portret Kaatje Verschoren

Eigen Huis & Interieur online bestellen (géén verzendkosten!)