Interview: Patricia Urquiola

De plensbuien uit haar jeugd in Asturië, haar reis naar Groenland, de ontwerpen van Charlotte Perriand, het afgelopen jaar, dat ze voornamelijk doorbracht op haar terras: overal haalt Patricia Urquiola inspiratie uit. De sterdesigner zet het om in dromerige crossovers tussen outdoor- en indoordesign – meubels die in dialoog gaan met de omliggende natuur. ‘Buiten, maar ook binnen.’ 

‘Mijn verbeelding is gekleurd door mijn kindertijd in het noorden van Spanje’

Het afgelopen jaar stond in het teken van thuiswerken, is dat bij u ook het geval? En doet u dat weleens buiten?
‘Ik heb het geluk dat mijn studio en mijn huis zich onder hetzelfde dak bevinden. Aanvankelijk bleef ik vaak in het privégedeelte, maar later verkaste ik meestal naar de studio. Maar als het enigszins mogelijk is installeer ik me inderdaad graag buiten. We hebben een binnenpleintje, weg van het lawaai van de straat, en een dakterras. Dat terras was trouwens de reden waarom we voor dit huis hebben gekozen: de boom van de buren kwam net tot op die hoogte en die leek me een mooi begin om een groen eiland voor onszelf te creëren. Het is heel belangrijk om een relatie met je omgeving op te bouwen. Wij hebben veel gehad aan ons eilandje. Vandaag regent het, dus nu zit ik binnen te bellen, maar ik had net zo goed op het terras kunnen zitten. Door de lockdown zijn we ons allemaal veel meer bewust van de waarde van tuinen en terrassen, en ook van openbaar groen.’ 

Uw collectie Trampoline voor Cassina is geïnspireerd op een reis naar Groenland. Dat is toch verrassend? 
‘Klopt. Soms is het inderdaad vreemd welke associaties we in ons brein maken. Maar ik koester de vrijheid om dingen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, toch te linken. Een aantal jaar geleden kreeg ik de kans om met vrienden een boottocht naar IJsland en Groenland te maken. Dat was een uitdagende, maar emotioneel heel verrijkende ervaring. Ik zal nooit vergeten hoe we aanmeerden in een klein dorpje in Groenland. Het was zomer, we verkenden het plaatsje en stuitten achter een paar huizen op een trampoline. Ik dacht: zelfs in deze moeilijke weersomstandigheden spelen en sporten de mensen hier buiten. Ze hebben zelfs outdoormeubilair. Eenmaal thuis bleven die indrukken in mijn hoofd hangen, zonder dat ik wist wat eruit zou voortvloeien. Toen we aan de nieuwe collectie voor Cassina begonnen kwamen de beelden terug. En daar is het Love Bed het resultaat van. Het heeft iets van een trampoline, maar ook van een boot of een afdak.’

Komt de inspiratie voor outdoormeubels bij u sneller?
‘Dat denk ik eigenlijk niet. Ik voel wel dat mijn verbeelding is gekleurd door mijn kindertijd in het noorden van Spanje, niet ver van de Atlantische kust. Het is een streek waar het weer van het ene moment op het andere kan omslaan. Ineens kan het stortregenen. Ik herinner me dat er vaak een stevige bries stond als we naar het strand gingen, en dat die dan opeens ook weer ging liggen. Het heeft me er bewust van gemaakt dat er op een en dezelfde plek veel kan bewegen, en daar heb ik een dynamisch beeld van het begrip outdoor aan overgehouden. Ik associeer mediterraan ook niet noodzakelijk met zonnig. Ik hecht veel waarde aan de seizoenen; de lockdown was een mooie gelegenheid om ze goed te observeren. We hebben de bloemen en de bladeren aan de bomen bewuster zien uitkomen. Ik herinner me ook het dikke pak sneeuw op ons dakterras deze winter. Ik vreesde voor mijn planten, maar het was tegelijk een magisch gezicht.’ 

Heeft die focus op de seizoenen een invloed op uw ontwerpen? 
‘Zeker. Vanaf het moment dat ik outdoormeubels begon te ontwerpen, heb ik me toegelegd op weerbestendige materialen. Ik wil dat mijn meubels een dialoog aangaan met hun omgeving. Het ideale outdoormeubel is als een goede vriend: aangenaam en betrouwbaar. Mijn eerste outdoorontwerp was in 2004, voor Driade. Ik ontwierp een fragiel maar eenvoudig meubel van vlechtwerk, dat teruggreep naar de esthetiek van de rieten mand. Maar we ondervonden al snel dat die ingewikkelder was dan we dachten. In 2005 hadden we een mooie samenwerking met Paola Lenti en ontwierpen we een kleed geïnspireerd op de haaktechniek. Dat is intussen alweer zestien jaar geleden. Op het gebied van outdoordesign leven we nu in een totaal andere wereld doordat de technologie er sindsdien ongelooflijk op vooruit is gegaan. Ik heb de kans gekregen om onderzoek te doen bij bedrijven als Kettal en B&B Italia. Als je eens wist hoeveel vergaderingen over soorten koord ik heb bijgewoond… Maar het was heel boeiend om deel uit te maken van de zoektocht naar steeds weerbestendigere en tegelijk duurzamere materialen.’

Dat heeft tot heel uiteenlopende ontwerpen geleid, zoals de collectie Layers voor Gan.
‘Ons uitgangspunt was een foto van een picknick: het eerste shot van Powers of Ten, de beroemde film van Charles en Ray Eames, waar alles begint bij een koppel dat op het gras zit te eten. Aan dat tafereel hebben wij kussens, poefs en tafels toegevoegd. Veel ontwerpen zijn ook voortgevloeid uit onze contacten met ambachtslieden in de Indische stad Madras. Onze Tropicalia-collectie voor Moroso was een ander mooi avontuur. Patrizia Moroso was een onderzoek naar nieuwe productiemethodes gestart met Senegalese ambachtslieden, heel inspirerend. Al die ervaringen heb ik meegenomen naar Cassina, waar ik me voornamelijk bezighou met de ontwikkeling van de outdoorcollectie.’

Kunt u daar wat meer over vertellen?
‘Werken met designers als Philippe Starck en Rodolfo Dordoni is een waar geschenk. Net als met Fondation Charlotte Perriand, waarmee we een tentoonstelling georganiseerd én een meubel heruitgebracht hebben. Het was een prachtige ervaring om ons onder te dompelen in haar oeuvre en de aandacht die zij steevast voor de natuur heeft gehad. Bij Perriand is alles met elkaar verbonden: de herinneringen aan haar jeugd in de Savoie, haar reizen naar Japan, haar meubels, haar foto’s. Ik denk speciaal aan een foto met handen erop die een blok ijs vasthouden. Voor mij staat die symbool voor transparantie, het licht. Thema’s die je ook terugvindt in Perriands meubels en interieurontwerpen.’ 

Waar moet je in 2021 allemaal rekening mee houden als je je buiten-ruimte wilt inrichten?
‘Outdoormeubels zijn lang als bijzaak beschouwd: ze moesten vooral zo simpel en goedkoop mogelijk zijn. Dat is veranderd. Nu volstaat het niet meer om een ligstoel en wat kaarsjes buiten te zetten. Het mag tegenwoordig ook allemaal wat subtieler. We willen ruimtes die in dialoog treden met hun omgeving, met de planten, het uitzicht, alle natuurlijke elementen. Het besef dat de natuur niet louter decor is, maar iets waar we zelf deel van uitmaken en dat deel uitmaakt van ons, heeft een grote impact gehad. Dat heeft ons gestimuleerd om meer respect te krijgen voor de plek waar we ons bevinden, om op zoek te gaan naar die betrouwbare vrienden.’

Hoe pak je zoiets aan?
‘Om te beginnen door goed te overleggen met anderen, een open geest te houden en het vooral luchtig te houden. Comfortabel buiten leven houdt in dat je comfortabel kunt zitten of liggen en dat het meubilair bestand is tegen uiteenlopende weersomstandigheden. Een pergola is een mooie manier om ervoor te zorgen dat je, terwijl je buiten bent, toch beschut zit. Ik denk spontaan aan die typisch Engelse muziektenten, waar orkesten gewoon verder kunnen spelen als het regent. Geweldig toch, en ze zijn nog mooi ook. De regen is niet het enige weerfenomeen waartegen je je moet beschermen, je hebt ook de warmte. Ik herinner me een plek dicht bij de woestijn waar er water werd verstoven om een kleine oase te creëren, en daarnet had ik het nog over Groenland. Al die indrukken van vroeger kunnen je helpen om aan de slag te gaan in je eigen context.’

Evolueert outdoordesign nog verder? 
‘Absoluut. Je hebt de duurzame en tegelijk ecologische dimensie van materialen. Met het oog op recycling is het ook belangrijk dat een meubel zo veel mogelijk hergebruikt kan worden, circulair is. Dat is een domein waar outdoormeubels altijd voorlopers zijn geweest. Bij buitenverlichting is er ook nog ruimte voor verbetering, door nog meer voor oplaadbare exemplaren te gaan, die efficiënter gebruik maken van zonne-energie, maar ook voor mooier kunstlicht, dat beter in contact treedt met het licht van de maan. De tendens naar meer thuiswerken speelt ook. De laatste vijftien jaar hadden de indoortrends een invloed op hoe je de buitenruimte inrichtte, maar ik denk dat het binnenkort andersom gaat zijn: dat die extra aandacht voor buiten ook een invloed gaat hebben op hoe we ons interieur zien.’ 

Op welke manier? 
‘Hoe je bijvoorbeeld het gevoel kunt creëren dat je languit onder een boom een boek ligt te lezen. Ik herinner me dat ik als kind altijd de beschutting van de bomen opzocht. Niet alleen als het regende, maar ook voor het veranderende licht. Een boom is een schuilplaats die voortdurend verandert. Ik denk ook aan water, hoe dat voor zenmomenten kan zorgen – van uitkijken over de zee krijg je een mentale boost. En dan heb je nog de schaduw: hoe je een overkapping ervaart hangt immers evenveel af van de schaduw die je er hebt als van de vormgeving. Er valt zoveel te leren van wat er zich buiten afspeelt. Dat kan ons veel alerter maken, meer gefocust op wat we voelen. Betere projecten voor buiten leren te realiseren, leidt tot een natuurlijkere aanpak van onze binnenruimtes.’

Onze buitenruimte integreren in onze binnenruimte dus?
‘Precies! Daar heb ik een schitterend voorbeeld van. De Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson creëerde onlangs een fantastische installatie voor het Zwitserse museum Fondation Beyeler. In dat betoverende gebouw van Renzo Piano laat hij het water van het meer naar binnen komen: groen water, dat boordevol leven zit. Het water en de weerspiegeling, maar vooral het leven worden op die manier deel van de architectuur. Zo zie je maar weer: kunstenaars lopen altijd voor op de rest, zodat ze het pad voor ons kunnen effenen. Eliasson heeft hiermee precies gecreëerd waar ik het daarnet over had: hij gebruikt de energie van het leven, de natuur, om onze zintuigen aan te scherpen en ons te laten voelen dat ze ons kan helpen om te groeien. Om te voelen dat we léven, nog méér te leven.’ 

Urquiola in het kort
1961 Geboren in Oviedo, Spanje
1989 Afgestudeerd aan de Politecnico di Milano
2001 Richt haar eigen studio op, na te hebben gewerkt bij Piero Lissoni en Vico Magistretti
2015 Verkozen tot ambassadeur van de Wereldtentoonstelling in Milaan en benoemd tot artdirector van Cassina. 
Urquiola ontwerpt voor de grootste Italiaanse merken, zoals Moroso, Cappellini, B&B Italia, Driade, Flos en Alessi, maar ook voor internationale producenten als Kettal, Kvadrat en Grohe en richt over de hele wereld hotels en restaurants in. 

Eigen Huis & Interieur 03/2021
Tekst Jean-Michel Leclercq

Fotobijschrift
Patricia Urquiola op Love Bed, het paradepaardje van haar Trampoline-collectie voor Cassina (2020), het merk waarvan ze artdirector is. 

Meer lezen? Bestel Eigen Huis & Interieur online. Geen verzendkosten.