Interview: Job Smeets

Een jaar zonder Milaan
In de designwereld is een jaar zonder Salone del Mobile een jaar als geen ander. EH&I praat met beroemde ontwerpers uit binnen- en buitenland over de editie van 2020, die nooit heeft plaatsgevonden. Over het nieuws dat ze in Milaan zouden tonen, creativiteit tijdens de lockdown en hun – uitgesproken – visie op de toekomst. 
Aflevering 2: Job Smeets

Soms enfant terrible, dan weer charmeur. Met Studio Job pakt Job Smeets vaak groots en meeslepend uit in Milaan. Hij werkt voor Seletti, Bisazza en Moooi en maakt autonoom werk voor verzamelaars.

‘De Salone is niet meer het hoogtepunt van het jaar’
– Job Smeets

Wanneer debuteerde u in Milaan?
‘In 1996 nodigden Gijs Bakker en Renny Ramakers van Droog mij en Hugo Timmermans uit om hun presentatie te ontwerpen. Al tijdens mijn studie aan Design Academy Eindhoven had ik samen met Hugo een studio, Oval Design. Die klus was het tofste wat we konden bedenken, al kregen we maar tweeduizend gulden om de hele galerie in te richten. We werkten ons kapot, hadden het bloed aan onze voeten, maar het was ook een legendarisch jaar. Marcel Wanders lanceerde zijn Knotted Chair, wij ontwikkelden de opblaasbare lampen die in de hele expositie hingen. We kregen maar twee hotelovernachtigen aangeboden, dus toen hebben we zelf nog maar een derde nacht bijgeboekt. Dat debuut had zeker veel impact. In die tijd was het geweldig, en had ik het niet willen missen. Maar ik ontdekte ook dat het niet mijn wereldje was, die designscene. Het was toch gek dat het rijke desiglabel Droog een paar jonge jongens een week lang uitbuit. De keer erop zou ik Milaan zelf doen, en maakte ik veel autonomer werk.’

Wat zou u dit jaar in Milaan presenteren?
‘Met Studio Job, opgericht in 1998, hebben we talloze tentoonstellingen en installaties gemaakt. We hebben altijd ongelooflijk uitgepakt, ook in Milaan, met gelimiteerd werk op bijzondere plaatsen in de stad, samenwerkingen met geweldige opdrachtgevers. Nu is dat heel anders. Sinds twee jaar woon ik in Milaan en ervaar ik die beursweek heel anders. Het is niet meer het hoogtepunt van het jaar, want ik ben er al. Ik heb het geluk dat we samenwerken met aardige producenten, zoals Gufram, Seletti en Qeeboo. Zij zouden mijn werk presenteren. Vorig jaar pakte ik het heel anders aan: toen heb ik tijdens de Milaan-week mijn housewarming gehouden. Driehonderd mensen, in mijn huis, tussen mijn werk. Die ‘show’ was the talk of the town en duurde maar één avond. Tja, dit jaar geen presentatie in Milaan, op welke manier dan ook.’

De Salone werd uitgesteld, en vervolgens helemaal afgelast. Maar dat geldt natuurlijk niet voor uw werk. Lukt het de plannen om te gooien?
‘Echt jammer is dat de geplande tentoonstelling Non-Modernisme samen met gelijkgestemde vrienden van Gufram, kunstenaar Maurizio Cattelan en zijn magazine Toiletpaper in designmuseum Triënnale niet doorgaat. Dat zou een theatrale installatie worden, een 24/7 draaiende carrousel waarvan de ingrediënten nog rijpten toen de beurs werd afgeblazen. Er bestaat een vreemde relatie tussen dat satirische concept en de coronacrisis. Dit virus zorgt voor een wereldwijd drama, de dreiging is voelbaar. Maar ook een pas op de plaats, een goed filter: we zijn te veel aan het produceren, onder discutabele omstandigheden. Het lijkt niet toevallig dat China en Italië brandhaarden zijn; dit virus is businessclass ingevlogen, aangemoedigd door onze gretigheid. Nu dwingt de quarantaine ons om die overconsumptie te matigen. Voor mijn werk is het allemaal niet zo erg. Dat gedijt goed onder crises: mensen grijpen dan terug op zware metalen als brons en goud, die ik vaak gebruik in mijn werk. Onze collectie voor Hema lijkt achteraf met een vooruitziende blik te zijn gemaakt: A Summer Disaster vergroot klein zomers leed uit. Dat krijgt nu een dubbele lading.’

1 SuperGufram, een collectie limited editions van Studio Job voor Gufram, zou in Milaan on show zijn. 2 In 1996 werd Job Smeets door het Nederlandse platform Droog gevraagd om hun Milaan-expositie in te richten. Speciaal voor dat doel ontwierp hij een serie opblaaslampen. 

Tekst Renske Schriemer