Interview: Paola Navone

Ze is altijd onderweg en dol op banale objecten, waar ze steevast iets bijzonders van weet te maken. Hyperactief als ze is, ontwerpt ze interieurs van hotels en restaurants overal ter wereld, meubels voor alle grote namen en neemt ze van verschillende designmerken ook de artdirection voor haar rekening. De carrière van Paola Navone is ronduit indrukwekkend, maar voor haar tellen enkel de uitdagingen en het plezier van het hier en nu.    

‘Hoe meer ik heb genoten van het maakproces, hoe waardevoller een ontwerp voor me is’
– Paola Navona

In hotel Piazza San Paolino in Firenze, een van uw laatste projecten, kunnen bezoekers afdalen in de hel.
‘Het hele interieur van dat hotel is geïnspireerd op La Divina Commedia, het veertiende-eeuwse meesterwerk van Dante Alighieri. Keten 25hours Hotels, waarvan Piazza San Paolino de eerste vestiging in Italië is, kwam er zelf mee op de proppen. Ik weet niet of ze Dante echt hebben gelezen, maar het leek me wel een mooie uitdaging. Het interieur verwijst naar verschillende fragmenten uit het boek, terwijl ik het publiek ook onderdompel in een warme, uitnodigende sfeer, die enorm verschilt van de sfeer in het boek. Je hebt in het hotel dus een paradijs, een mooie tuin en, inderdaad, een hel.’
Hoe ontwerp je een gezellige hel?
‘Door te laten zien dat de hel niet angstaanjagend hoeft te zijn. Deze is in elk geval heel charmant. We hebben een stoute sfeer gecreëerd, waar je veel dingen kunt doen die je normaal niet mag doen in je eigen omgeving. In het paradijs is de sfeer helemaal zen; het is er wit en leeg. Je krijgt er de indruk dat je vliegt en weer kind bent.’
Wat wilde u met het ontwerp bereiken?
‘Voor iemand als ik die niet graag in herhaling valt, is elk project een gelegenheid om een nieuw verhaal te vertellen. Of eigenlijk, om een nieuwe film te maken. Ik maak dus ‘liefdesfilms’ waarvoor ik een romantische sfeer creëer en de volgende keer weer iets helemaal anders. Een oorlogsfilm of zo, haha. Maar het is zoals in het theater: we proberen de mensen een avontuur te laten beleven, eens helemaal ergens anders te zijn voor een paar nachtjes.’ 
Uw leven draait om reizen. Hoe beïnvloedt dat uw werk? 
‘Ik leer daar enorm veel van. Mijn eerste grote reis was naar Afrika en duurde drie jaar. Daar heb ik fantastische beelden aan overgehouden. Ik heb ook in verschillende Zuidoost-Aziatische landen gewoond en gewerkt. Elk land was anders, maar ze werden allemaal mijn thuis. Als ik nu terugga voel ik me er na twee dagen weer net zo geaard. In het vliegtuig terug naar Milaan slaat mijn brein alles wat ik heb mogen zien en beleven op, zodat ik er makkelijk bij kan als ik iets nodig heb. Niet dat ik ooit expliciet naar zulke dingen verwijs. Maar ik kan me voorstellen dat ik wellicht een serie krukjes zal ontwerpen, waarvan ik achteraf besef dat ik er Afrikaanse invloeden in heb verwerkt. Mijn brein is één grote spons. Ik ben altijd en overal aan het observeren en in een hoekje van mijn brein sla ik al die beelden en ideeën op tot ik ze nodig heb. Dan duiken ze spontaan op en kan ik er creatief mee aan de slag.’ 
Toch hecht u veel belang aan authenticiteit. Wat betekent dat nog in deze geglobaliseerde wereld?
‘Authenticiteit is een belangrijk woord, een belangrijk doel. Tegenwoordig is alles toegankelijk voor iedereen en worden overal dezelfde producten verkocht. Terwijl ik denk dat het heel menselijk is om dingen te willen bezitten die elders niet te krijgen zijn. Authenticiteit kan in heel eenvoudige dingen zitten, zoals de onvolmaaktheden van een stoel of handgemaakte keramiek. Objecten waarin je de hand van de maker nog voelt. In die zin ben ik een voorvechter van het onvolmaakte, zoals ik ook de persoonlijke vrijheid wil beschermen. Als je een industriële stoel koopt heb je het volste recht om die te overschilderen, er een kussen op te leggen, de bekleding te veranderen. Het is tenslotte jouw stoel. Door die eigen veranderingen aan te brengen, creëer je je eigen ruimte en eigen authenticiteit.’
Past dat in uw filosofie van het gewone naast het buitengewone?
‘Ja, ik voel me aangetrokken tot de banaalste spullen en wil aantonen dat iedereen van doodgewone materialen iets heel bijzonders kan maken. Dat is wat we met onze studio proberen te doen.’
Gaat u bij het ontwerpen van meubels op dezelfde manier tewerk?
‘Meubels ontwerpen is een heel andere discipline dan interieurarchitectuur. Dat vraagt veel meer discipline. Je moet er altijd over waken dat je ontwerp matcht  met de knowhow van de fabrikanten waarmee je werkt, dat het voor hen een meerwaarde is. Zo beschikt Baxter over specifieke kennis over leer en is het team van Extetat heel bedreven in acajouhout. Ze werken dat hout af op dezelfde manier als het in de scheepsbouw met het dek gebeurt. Dat inspireert me als ik voor hen ontwerp.’
Komt de mediterrane toets in uw collectie voor Exteta van die techniek uit
de scheepsbouw?

‘Nee, die mediterrane toets zit gewoon in mijn DNA. Het sluipt er spontaan in, zo zit ik in elkaar. Ik ben een vis. Ik hou van de zee en de kleuren van het water.’
Welke parallellen kunt u trekken tussen uw werk bij de radicale groep Alchimia, eind jaren zeventig, en wat u sindsdien heeft ontworpen?
‘Alchimia was een kantelpunt in mijn leven. Ik was net afgestudeerd aan een heel technische architectuurrichting, maar overal nieuwsgierig naar. Toen ik ontdekte dat er architecten bestonden die zich amuseerden met ideeën te bedenken in plaats van gebouwen te ontwerpen, was dat een openbaring voor me. Ik begon ze te volgen, te onderzoeken en kort daarna begonnen we samen te werken. Maar in wezen ben ik niet veranderd: ik ben nog steeds even nieuwsgierig, ik observeer details en alledaagse dingen en voed daarmee nieuwe projecten. Het verhaal gaat gewoon verder.’
Hoe slaagt u erin om zo lang te blijven creëren? 
‘Het kost me nooit moeite om nieuwe dingen te bedenken, dat gaat heel natuurlijk. Daarnaast heb ik een heel team aan mijn zijde. Ik maak schetsen en zij proberen die tekeningen om te zetten in iets tastbaars. Dat gaat heel snel: als ik een idee heb over een materiaal of kleur, bespreken we dat. Dan maak ik een schets en dan nemen zij het over. Het merendeel van mijn team werkt al lang bij mij; sommigen studeerden nog toen ze bij mij begonnen. Nu kennen ze me soms beter dan ik mezelf ken.’  
Hebt u uw ontwerpen weleens geteld?
‘Nog nooit. Ik heb ook geen idee wanneer ik iets ontworpen heb. Het enige wat me intereseert zijn de lopende projecten. Als ze klaar zijn concentreer ik me op de projecten die er nog kunnen komen. Op dit ogenblik zijn we bezig met een aantal ontwerpen voor de Salone del Mobile en werken we aan projecten in de Bourgogne, Portugal, Kroatië en Athene. Het loopt prima, we zijn heel tevreden. Ik zeg altijd dat het essentieel is om ook plezier te blijven beleven aan wat we doen. Het is dat plezier dat het eindproduct zijn waarde geeft.’
Welke plaats nemen vrouwen volgens u in in de designwereld?
‘Persoonlijk heb ik nooit problemen ondervonden. Al van jongs af aan ben ik koppig mijn eigen weg gegaan. Ik heb altijd het tegenovergestelde gedaan van wat er van mij werd verwacht. Ik droomde er niet van om architect of designer te worden, dat is gewoon op mijn pad gekomen. Het feit dat ik een vrouw ben heeft me daar nooit bij in de weg gestaan. In mijn studio werken veel vrouwen en ze zijn stuk voor stuk heel getalenteerd, maar ik maak geen onderscheid tussen de mannen en de vrouwen – ik neem mensen aan bij wie ik een goed gevoel heb. Ik hou niet van het idee dat je vrouwen zou moeten voortrekken, met quota of iets anders. Volgens mij moeten vrouwen zichzelf helpen. Als je iets wilt doen, ga er dan voor. Je hebt verstand gekregen en handen om mee te werken. Je moet sterk zijn, vastberaden. Althans, dat is mijn ervaring en van de mensen om mij heen. Misschien is het op andere plaatsen in de wereld toch een stuk gecompliceerder.’

Tot slot nog iets heel anders: wat zijn uw tips voor het creëren van een aangename leefruimte?
‘Dat is heel persoonlijk. Ik heb me altijd beperkt tot het voorleggen van ideeën: iedereen is vrij om daar gebruik van te maken of niet. Ik heb nooit iemand van wat dan ook proberen te overtuigen. Door de lockdowns waren we veel thuis de laatste twee jaar, daardoor heb ik wel de indruk dat mensen nu veel beter weten wat ze fijn aan een huis vinden en wat niet. Ik blijf ervan overtuigd dat iedereen in staat is iets buitengewoons te creëren. Je hoeft het alleen maar jezelf te maken, om je heen te kijken en alle regels overboord te gooien.’

#1 Hanglamp Brass 96 van gepatineerd messing, een ontwerp voor Gervasoni, waarvan Navone ook artdirector is. #2 In 1980 maakte Navone deel uit van het avant-gardecollectief Alchimia. In die context ontwierp ze kast Gadames met een gedurfde mix van materialen en motieven. #3 Eenvoudig maar verfijnd, dat is het handschrift van Navone en van deze collectie draadstoelen voor Serax. #4 Low Lita voor Slide, een iconische outdoorfauteuil. #5 Welkom in de gezellige hel van hotel Piazza San Paolino in Firenze, waar Navone het universum van Dantes La Divina Commedia tot leven laat komen.  

Designerpedia
1950 Geboren in Turijn, Italië
1973 Studeert af als architect aan de Politecnico van Turijn
1978 Expo Bau.Haus Uno met de Alchimia-groep (Alessandro Mendini, Ettore Sottsass, Andrea Branzi)
1983 Osaka International Design Award met Abet Laminati (waar ze later artdirector van wordt)
1985-1988 Woont en werkt in Azië; consultant voor de VN en de Nationale Bank van Maleisië, Thailand en Indonesië.
1998 Artdirector van Gervasoni
2000 Designer of the Year volgens het Duitse tijdschrift Architektur & Wohnen
2021 Ontwerp hotels Piazza San Paolino in Firenze en Castello del Nero in Toscane. 

Navones indrukwekkende oeuvre omvat ontwerpen voor een lange lijst grote namen: Baxter, Cappellini, Casamilano, Chaises Nicolle, Driade, Emu, Ethimo, Eumenes, Exteta, Fontana Arte, Gervasoni, Habitat, Martinelli Luce, Natuzzi, Poliform en Serax

Eigen Huis & Interieur 02 / 2022
Tekst Jean-Michel Leclerq

Meer lezen? Bestel EH&I online (zonder verzendkosten!)