Wereldwijs

Nu het coronavirus alle zwaktes in de wereldeconomie blootlegt, is er grote behoefte aan verfrissende ideeën. Li Edelkoort zegt het al tien jaar.

Tekst Christine van der Hoff

Iedereen piekerde over hoe dit nu verder moest. De Salone del Mobile in Milaan was een jaar uitgesteld, terwijl Italiaanse designproducenten in het centrum van de Italiaanse coronauitbraak zaten. Overal ter wereld gingen winkels dicht. Tijdelijk. Of niet, als ze pech hadden. Inditex, het moederbedrijf van Zara, zag zich half maart genoodzaakt 300 miljoen euro aan inventaris af te schrijven. Overheden sprongen overeind om in nood geraakte bedrijven een handje te helpen met stimuleringspakketten. De zzp’er die weleens eerder plotseling thuis had gezeten en de lokale winkelier die van lening tot uitverkoop leefde, zagen de bui al een poosje hangen.

Mensen die niet naar buiten hoeven, kunnen het namelijk ook nog wel even af met hun bestaande garderobe. Met hun twee jaar oude telefoon. Mensen die niet naar buiten hoeven en dus nergens naartoe, gebruiken geen vervoer. ‘Kijk nou!’ zeiden ze in Venetië. Het water in de grachten en kanalen, sinds tijden eens niet vervuild door wolken motorolie, klaarde op en bleek complete scholen spartelverse vis te bevatten. Was het verbeelding, of hadden de vissen iets opgeluchts?

De coronatoestanden
Li Edelkoort staat aan de kant van de vissen. Die maakt zich al jaren sterk voor een economische revolutie waarbij we korte metten maken met onze afhankelijkheid van overproductie en aardolie. Maar in het licht van De Coronatoestanden moest de wereld eerlijk toegeven: tot voor kort luisterde niemand goed genoeg naar Edelkoort. Natuurlijk, men bezocht haar trendpresentaties (‘altijd zo inspirerend’) en strooide in navolging van haar sustainability-filmpjes het woord ‘duurzaamheid’ lustig rond in missionstatements op websites, snel opnieuw vormgegeven in bladergroen.
Maar de productie in lagelonenlanden werd er per saldo nauwelijks minder om, noch het containervervoer, of de vliegbewegingen (‘je moet toch af en toe persoonlijk je gezicht laten zien’). En toen Edelkoort vorig jaar haar afschuw uitsprak over de ostentatieve verspilling en decadentie rond het Met Gala, het beroemde mode-event – ooit een ode aan de creativiteit; tegenwoordig een oncreatieve viering van overdaad en celebrity-verheerlijking – werd er zelfs hardop gelachen. 

Consumptiequarantaine
Op 9 maart publiceerde Edelkoort nog maar weer eens een column op de designwebsite Dezeen. Misschien was het doordat iedereen thuiszat, maar deze werd wel grondig gelezen en besproken. ‘We zijn massaal in consumptie-quarantaine,’ schreef ze, ‘en ineens heeft China weer frisse lucht.’ Ze hoopte dat het maar mocht leiden tot een ander, beter handelssysteem, met meer respect voor menselijke arbeid, milieu en werkomstandigheden.
Natuurlijk is Edelkoort niet de enige die vraagtekens zet bij een economisch systeem waarin onverkochte designerkleding aan het eind van het seizoen wordt verbrand om de merkbelangen te beschermen, de productie van katoen voor vervuiling en watertekorten zorgt en veel goedkope T-shirts, maar ook avondjurken in elkaar worden gezet in sweatshops – alle controles ten spijt. Een economie waarin heel veel afhankelijk is van aardolie – niet alleen als energiebron, maar ook als grondstof voor weer een nieuwe kunststof designstoel, isolatiematerialen in de bouw die moeten helpen energie te besparen, of schoenen- en tassenlijnen van veganistisch leer. Een economie die je ook nog eens dol kunt laten draaien als je de macht hebt om de prijs van aardolie te laten fluctueren, zoals Rusland en Saoedi-Arabië onlangs bewezen. Zo veel afhankelijkheid maakt de wereld geen betere plek, dat ziet een kind.
Edelkoort hoopt dat de coronacrisis wordt herkend als de schone lei die het zou kunnen zijn. Een kans om ons te bezinnen op het belang van lokale makers, vakmensen, zorg-, onderhouds- en onderwijsmedewerkers die elke maatschappij draaiende houden, en ondernemers die proberen duurzaam te innoveren. Een heropleving van de hang naar ethiek misschien, nog zo’n woord waarom wordt gegiecheld door zelfverklaarde realisten. Toch lijkt ethiek nu juist een waarde te zijn die zichzelf nieuw leven kan inblazen. Het LVMH-concern besloot in plaats van dure cosmetica tijdelijk handgel te gaan produceren en die te doneren aan de zorg. Gratis dus.
Maar het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Niet iedereen heeft de reserves van Louis Vuitton-Moët-Hennessy. Overal spelen belangen en investeringen. Een meubelproducent voor wie alles afhangt van de presentatie in Milaan zit echt niet te wachten op dit soort bespiegelingen zonder dat er een bruikbaar advies tegenover staat. Of een garantie dat zijn of haar bedrijf volgend jaar nog bestaat.

Inventiviteit en veerkracht
En toch. Er is nog zoiets als menselijke inventiviteit en veerkracht, dat heeft de geschiedenis keer op keer bewezen. Toen in 1850 alle ingediende ontwerpen waren afgewezen voor het gebouw van de Britse wereldtentoonstelling van 1851, bood tuinman annex kassenbouwer John Paxton aan het ook eens te proberen. Hij maakte een kladje op vloeipapier en een begroting die nog geen derde besloeg van eerdere voorstellen. Binnen zeven maanden stond zijn Crystal Palace van glas, ijzer en hout overeind, en als het niet was afgebrand in 1936, stond het er nu nog. 

Moraal: een mens kan alles bedenken wat nog niet bestaat en alles beter maken dan het was. En als we dan toch thuis zijn, kunnen we net zo goed gaan zitten brainstormen. Brainstormen is namelijk hetzelfde als piekeren, maar dan de andere kant op.