Interview: Ineke Hans

Drieëntwintig jaar geleden presenteerde Ineke Hans haar eerste meubelcollectie. Sindsdien heeft ze haar naam stevig verankerd in de Nederlandse ontwerperswereld en ver daarbuiten. In de tussentijd is het vak en haar kijk daarop flink veranderd. ‘Met het ontwerpen van nog meer spullen is niks mis. Zolang het op een zinvolle manier gebeurt.’

‘Design gaat om werkelijk iets toevoegen’
– Ineke Hans

Dat de Salone del Mobile in Milaan dit jaar is gecanceld, is vreselijk voor de Italiaanse stad, zegt Ineke Hans. ‘Maar eigenlijk is het wel een goede bijkomstigheid van de coronacrisis.’ In haar Arnhemse studio gooit ze die knuppel maar meteen in het hoenderhok. ‘Die beurs zou prima tweejaarlijks kunnen plaatvinden. Als fabrikanten elk jaar weer nieuwe producten laten ontwerpen, puur en alleen om nieuws te kunnen presenteren in Milaan, gebeurt dat om de verkeerde redenen. Dat is zo’n foute, achterhaalde werkwijze.’ Haar atelier is de laatste jaren minder een echte werkplaats en meer een plek voor contemplatie, discussie en organisatie. De toekomst van meubelvormgeving, de rol van de industrie en de positie van de ontwerper houden Ineke de laatste jaren flink bezig. In 2015 vestigde ze zich parttime in een kleine studio in Londen, waar ze salons organiseerde; groepsgesprekken met vakgenoten. 

Kloeke vormen
Ineke studeerde in Londen aan het Royal College of Art. Ze werkte er voor Habitat en aan haar eigen meubelontwerpen, die ze er in 1997 presenteerde in een voormalige tramremise. In die eerste jaren ontwikkelde ze een eigen handschrift met kloeke, solide vormen en een voorkeur voor folklore-elementen. Toentertijd vonden ontwerpers nauwelijks aansluiting bij de industrie en gingen ze op eigen initiatief meubels en objecten ontwerpen én produceren. Nu zegt ze: ‘Het hanteren van een herkenbare ontwerpstijl is eigenlijk ijdeltuiterij. Dat heb ik inmiddels losgelaten. Ik reageer op de vraag van een opdrachtgever en zoek binnen dat kader de beste, zinvolste oplossing. Mijn ontwerpen zijn sowieso met mij verbonden, dat vind ik genoeg. Bovendien wil ik de vrijheid hebben voor andere activiteiten.’ Toch zijn veel van haar meubels van het allereerste uur nog steeds in trek, waaronder het sobere zwarte buitenmeubilair, gemaakt uit onverwoestbare planken van gerecycled plastic. De compacte Tête à tête-set uit 1997 werd een bestseller en de bron van een complete familie buitenmeubels: spartaans van vorm en vanwege het materiaal zwaar, maar niet kapot te krijgen. Ineke: ‘Misschien is het zo’n sterk product omdat het pretentieloos en tijdloos is, gebaseerd op eenvoudige constructies van eeuwenoud doelmatig meubilair. In alle opzichten doorstaat het de tand des tijds.’Vergeleken met twintig jaar geleden is de wereld behoorlijk veranderd. ‘Toen was het designvak veel meer product- en objectgerelateerd, nu spelen ook immateriële elementen een belangrijke rol. We zijn ons veel meer bewust van overproductie, materiaalschaarste en milieuproblemen, daarnaast zijn manieren van wonen en leven veranderd. Beperkte woon-ruimte en dito budgetten van stedelijke bevol-kingsgroepen vragen om multifunctionele oplossingen. Ontwerpers moeten anticiperen op al die veranderingen en zich verdiepen in het hele productieproces om dat zo zinvol mogelijk in te zetten. Bovendien zouden designers oog moeten hebben voor de sociaal-economische aspecten rond hun werk.’ In 2017 presenteerde Ineke haar pamflet Explore & Act, met handvatten voor een valide, toekomstgerichte werk- en denkwijze waarmee ze de designwereld wilde opschudden – de neerslag van twaalf groepsgesprekken. Kort erna werd ze gevraagd voor een docentschap in Berlijn, waar ze sinds vorig jaar ook parttime woont. Ze startte er een nieuw professoraat: Design & Social Context aan de Universität der Künste. ‘Je kunt wel kritiek leveren, maar uiteindelijk kun je er zelf ook veel aan doen door designstudenten te coachen.’ 

Impact hebben
Hoe design op uiteenlopende vlakken een positieve rol kan spelen, ervaarde Ineke tijdens haar werk voor de Fogo Island Inn in Canada. ‘Dat project heeft me de ogen geopend.’ Op een eiland voor de kust van Newfoundland, zo ongeveer het einde van de wereld met een ruig landschap en klimaat, heeft Zita Cobb een indrukwekkend project gerealiseerd. De vermogende zakenvrouw, geboren op Fogo Island, besloot iets te doen voor de eiland-economie, die geteisterd werd door leegloop en teloorgang van de visserij. Ze realiseerde er een luxehotel annex buurthuis door en voor de plaatselijke bevolking. Werkloosheid en alcoholisme ging ze succesvol te lijf door de eilanders te betrekken bij de bouw, inrichting en exploitatie van het hotel. Ineke, als een van dertien artists in residence, ontwierp houten meubels, die door botenbouwers werden gemaakt. De vrouwen van het eiland maakten zitkussens met lokale wol en traditionele quilts voor de gastenkamers, de kok kookt er met plaatselijke ingrediënten volgens oude eilandrecepten. ‘Mijn meubels worden er nog steeds gemaakt en verkocht. Het is een fantastisch ideëel en sociaal project dat aan alle kanten goed werkt. Geweldig wanneer je als designer zo’n impact hebt met je werk.’
inekehans.com

1966 Geboren in Zelhem, Gelderland
1991 Eindexamen ArtEZ, Arnhem
1995 Master Furniture Design, Royal College of Art, Londen
1997 Furniture Futures Award, Londen
1998 Start Studio Ineke Hans, Arnhem
1998-2005 Ontwerpen op eigen initiatief
2005-heden Samenwerking met fabrikanten als Ahrend, Gebrüder Thonet Wien, Iittala, Offecct
2009 Eregast Stockholm Furniture Fair
2010 Boek en solo-expositie Mind-Sets, Museum voor Moderne Kunst, Arnhem
2015-2017 Parttime studio en salons in Londen, presentaties in Victoria and
Albert Museum
2017 Pamflet Explore & Act
2017-heden Professor Design & Social Context, Universität der Künste, Berlijn 
2019 Initieert German Design Graduates met eindexamenwerk van twaalf
Duitse academies
2019-heden Parttime studio in Berlijn
2020 Geel als citroen, rood als tomaat, overzichtstentoonstelling met beeldend kunstenaar Erik Mattijssen in Museum Het Valkhof, Nijmegen

Interview Marianne van Dodewaard Fotografie portret Kaatje Verschoren