Interieur: Oude broodfabriek in Utrecht

Gebogen dakspanten en enorme raampartijen benadrukken de industriële oorsprong van deze voormalige broodfabriek in Utrecht. Voor Dieke van Ewijk een uitnodiging de ruimtes eigenhandig af te bouwen – met veel oog voor kleur en detail. 

‘Met zijn karakteristieke ramen en gebogen dakspanten leek het me geknipt om zelf in te vullen.’

Lubro, roepen de neonletters aan de voorkant. Op een gemetselde verhoging blaast een bakkertje de broodhoorn. Het logo herinnert aan de fabriek die hier tussen 1948 en 2004 ‘luxe brood’ bakte. Met zijn markante ligging aan de Utrechtse Zeedijk is het gemeentelijk monument inmiddels aan een nieuw leven begonnen. Na jaren van leegstand en verval maken kopgebouw en fabriekshal deel uit van het grootschalige herbestemmingsplan Zijdebalen. Aan de waterkant herrees een nieuwbouwwijk. Naast een aantal creatieve werkplaatsen omvat het gerenoveerde Lubro-complex zes loftwoningen, elk met tussen de 200 en 270 m² leefruimte, een eigen terras en gemeenschappelijke binnentuin. Dieke van Ewijk woonde jarenlang met haar gezin in Zwitserland, in een oude treinfabriek. Terug in Nederland trok het nieuw-zakelijke baksteen- en betoncomplex van architect H.F. Mertens hun aandacht. Dieke: ‘Met zijn karakteristieke ramen en gebogen dakspanten leek het me geknipt om zelf in te vullen.’ De broodfabriek prikkelde Dieke om haar oude stiel van bouwkundig ingenieur weer op te pakken. Zo veel vierkante meters industrieel erfgoed, met de Vecht voor de deur en de Utrechtse binnenstad op loopafstand, dienen zich immers niet elke dag aan. Dieke: ‘Het kopgebouw werd eerst verkocht. Daarna was de vervallen fabriekshal aan de beurt. Samen met de projectontwikkelaar konden de nieuwe eigenaren er een eigen draai aan geven.’ Met behulp van een architect of op eigen kracht. Dieke leverde de tekeningen en voerde zelf de projectleiding. ‘Ondertussen woonden we in een huurappartement en stonden onze meubels in de opslag. We hebben een jaar lang ontworpen en verbouwd. Daar heb ik veel plezier aan beleefd. Het voelde een beetje als terug naar mijn roots.’ Het casco en de opgeleverde vierkante meters boden volop aanknopingspunten. En er was veel aantrekkelijks aan het project: de ramen (met dubbel glas), het isolatie- en het warmte- en ventilatieprogramma konden naar actuele duurzaamheidsmaatstaven worden ingevuld. 

Welvingen en paddenstoelen 
Nu woont het gezin te midden van een aantal bouwkundige details die typerend zijn voor de Nederlandse nieuw-zakelijke architectuur van vlak na de oorlog. Dieke: ‘Het gewelfde dak met gebogen spanten maakt de woningen uniek. Met hun stalen profielen benaderen de oude raampartijen de originele uitstraling. Ook de karakteristieke paddenstoelkolommen op de begane grond zijn bewaard gebleven. Het fabrieksgevoel hangt er nog. Aan de straatkant op de eerste verdieping kwamen aangepaste harmonicapuien.’ De verschillen tussen de zes lofts zijn best groot. Dieke: ‘Aanvankelijk was er sprake van een begane grond met verdieping. De meeste bewoners hebben gekozen voor een extra ‘hangende’ verdieping onder het gewelfde dak. In ons geval hebben we aan beide kanten een hoge vide. Daarmee win je ruimte.’ Op de begane grond bevinden zich de entree met logeer- en werkkamer. In het midden zitten de badkamer en het toilet. Aan de tuinkant zijn de ouderslaapkamer, badkamer, een wasruimte en toilet. Een trap leidt naar de eerste, meest open verdieping. Daar ligt aan de tuinkant de keuken met eetkamer, met een hangnet in de vide. Aan de grachtkant is de woonkamer. De tweede verdieping hangt als het ware onder het gewelfde dak, waardoor aan beide kanten ervan een hoge vide is ontstaan. Er is plaats voor een extra werkplek voor Dieke, plus de slaapkamers en badkamer van tienerdochters Nanne (14) en Sien (12). Dieke: ‘We wonen vooral op de eerste verdieping. Omdat de vormgeving vrij sober en de basis wit, grijs en minimalistisch is, kun je je voor het interieur meer vrijheden permitteren en experimenteren met kleuraccenten.’

Verrassende keuzes
Na haar loopbaanstart als stedenbouwkundige bij Atelier Naar Zee! schreef en illustreerde Dieke zelf een kinderboek. Bovendien was ze initiator van het Zoenmuseum. Sporen van die creatieve gretigheid en brede, onorthodoxe nieuwsgierigheid vind je in het interieur terug. Verwacht in dit huis geen stapeling van de usual design-suspects, maar persoonlijke keuzes en onverwachte combinaties van high en low art. Neem de ‘krattenrobots’ van Studio Hamerhaai. ‘Jarenlang beschermde hun hout een deel van de reizende kunstcollectie van het Rijksmuseum. Na de heropening in 2013 waren de transportkisten niet meer nodig en werden ze getransformeerd tot Rijkswachters in allerlei maten. Als je het ID-nummer van de robot invoert, zie je aan welke kunstschat hij bescherming bood.’ Ook de iconische wandlamp van Paolo Rizzatto voor Flos, bank Melloo van Roderick Vos voor Pode, het Mangas-vloerkleed van Patricia Urquiola voor Gan Rugs en bank-opbergmeubel Level 34 van Werner Aisslinger voor Vitra zijn verrassende keuzes. Dieke: ‘Veel van de meubels die we al hadden, zijn in Zwitserland gebleven. Het transport is kostbaar. En eigenlijk is het sowieso logischer om meubels en accessoires te kiezen die aansluiten bij de ruimte dan andersom. Ondanks het grote aantal vierkante meters is het ons gelukt om er een warm en leefbaar huis van te maken. Het plafond op de begane grond hebben we in de verweerde staat gelaten. Als herinnering aan wat hier ooit was.’ 

 

Gepubliceerd in Eigen Huis & Interieur 06-2021
Fotografie Kaatje Verschoren Tekst Jack Meijers

Bestel Eigen Huis & Interieur online (geen verzendkosten!)