Interieur: Ketelhuis wordt droomplek

De vele vierkante meters in dit monumentale ketelhuis in de Zaanstreek bleken perfect voor een woonhuis inclusief atelier, galerie- en kantoorruimte. Wat je met een beetje verbeeldingskracht al niet kunt doen.

‘Je wil je ideeën op een gemeenschappelijk spoor brengen, liefst zonder slappe compromissen. We hebben het ei samen gelegd’
– Frederik Molenschot & Esther Stam

Het is een aardig toeval. Al in 2004, tijdens haar studie interieurarchitectuur in Rotterdam, maakte Esther Stam houten maquettes van een aantal gebouwen op het Zaanse industrieterrein waar ze nu woont. Sinds 2018 leeft ze met haar partner, ontwerper Frederik Molenschot, in het monumentale Ketelhuis uit 1930 – inmiddels samen met hun tweeling Rifka en Isaac. Via het Rijksvastgoedbedrijf kregen ze de beschikking over 750 m² industrieel erfgoed, met genoeg ruimte voor het atelier van Studio Molen op de begane grond en een woonhuis met galerieruimte op de verdieping. Frederik: ‘Aan de buitenkant is het een interessant blauw gebouw, met een enorme los- en laaddeur. Door de monumentale status mag je daar niets aan versleutelen, maar de nuchtere no-nonsense constructie, een combinatie van staalskeletbouw met baksteen, bood kansen.’ Het pand verkeerde wel in vervallen staat. Frederik: ‘Min of meer een ruïne. Het verplichtte ons om na te denken over een nieuwe, efficiënte indeling. We hebben de vierkante meters stap voor stap naar onze hand gezet. Aanvankelijk huurden we, maar toen we het gebouw konden kopen, werden de ingrepen vanzelf rigoureuzer. Het programma van eisen is wel een paar keer veranderd.’ 

Lekker blokkig 
Dat plan van aanpak moest een meesterproef worden, een krachttoer waarin de professionele inbreng van beide partners zou versmelten tot een kloppend geheel van materialen, kleuren en verhoudingen. Frederik: ‘Je wil je ideeën op een gemeenschappelijk spoor brengen, liefst zonder slappe compromissen te sluiten. Dit is een coproductie, we hebben het ei samen gelegd.’ Esther: ‘Hoe combineer je wonen en werken zo dat functies soms gescheiden zijn en soms vloeiend in elkaar overlopen? We waren er al gauw uit dat de keuken het kloppend hart zou worden.’ Het blokkige karakter van het gebouw bleek een geschikt uitgangspunt voor een plattegrond met functionele blokken. De basis was een groot vierkant, waar de keuken via een verschuifbare wand met de galerieruimte in verbinding staat. De rest van het huis, met privéplekken als slaapkamers, een badkamer met toilet en een mezzanine met vrijstaand bad, is in een L-vorm om het basisvierkant heen gevouwen. Twee trappen verbinden de werkplaats en het kantoor op de begane grond met de galerieruimte en het woonhuis op de verdieping. 
Frederiks benadering is hands-on en procesgeoriënteerd. Esther: ‘Hij maakt iets, en reageert dan op wat hij ziet. Als interieurarchitect werk ik conceptmatiger. Ik werk ontwerpen in tekeningensets uit om ze daarna te realiseren. Maar hier was de verdeling niet zo scherp.’ Frederik: ‘We hebben ons alle twee met elk detail bemoeid. Het DNA van Studio Molen en Esthers Studio Modijefsky versmelt hier tot Molejefsky.’ Dat oog voor detail, voor de chemie tussen bepaalde materialen, kleuren en verhoudingen was de verbindende factor. Anders dan bij opdrachtwerk voor anderen konden ze persoonlijke motieven en particuliere voorkeuren royaal in de opzet verwerken. Frederik: ‘Het zit vol verhalende details.’ Die overbruggen schijnbare tegenstellingen tussen oud en nieuw, hard en zacht, ingetogen en uitbundig.

Sporen van het verleden 
In haar interieuraanpak reageert Esther ‘altijd op wat er al is’. Frederik: ‘Dit gebouw heeft een rijke historische context. De detaillering, met al die ooit functionele architectonische elementen, maakt het spannend. Van die sporen van de geschiedenis hebben we dankbaar gebruikgemaakt.’ Esther: ‘Fred heeft gekeken wat hij er vanuit zijn sculpturale benadering aan toe kon voegen.’ Frederik: ‘Zo hebben we alle deuren en lades voorzien van bronzen grepen en handvatten met inscripties. Ze verwijzen naar de praktische functie van een ruimte of zijn een romantische herinnering aan een bijzondere plek of gebeurtenis in ons leven.’ Waar je maar kijkt, zitten sporen van het verleden: bouten, balken, staal en raampartijen. Frederik: ‘Ooit stonden hier negen meter hoge tanks uit gietijzer en klinknagels opgesteld, met drie hoge schoorstenen. Het eigenlijke gebouw was eromheen gebouwd. Dit was in wezen een machine, een stilstaande stoomlocomotief die andere gebouwen op dit terrein van warm water voorzag. Sommige dingen krijg je cadeau. Op de plek van de schoorstenen hebben we grote lichtkoepels gemaakt.’ Esther: ‘Door al die bouten, lijnen en balken is er veel aan de hand. Om de drukte wat te bezweren, hebben we de basis neutraal gehouden. Wit creëert rust en zorgt dat al die verschillende details die het Ketelhuis zo karakteristiek maken, elkaar niet in de weg zitten.’ Frederik: ‘We wilden een white cube maken. Ik verzamel houten objecten. Een Rietveld-stoel of Plywood Leg Splint van Eames komen op een wit canvas beter tot hun recht.’ Frederik en Esther kunnen ‘eindeloos discussiëren over details waar een ander zijn schouders over op zou halen’. Esther: ‘Het ogenschijnlijk kleine bepaalt de kwaliteit van een ruimte net zo goed als het grote gebaar. Het Ketelhuis is in het verleden gedefinieerd door het gebruik. Wij voegen daar nu onze eigen sporen aan toe.’

Eigen Huis & Interieur 04/2021
Productie Rob Jansen Fotografie Floor Knaapen Tekst Jack Meijers

Meer Interieurs zien? Bestel de nieuwe Eigen Huis & Interieur online. Geen verzendkosten.

1 De Plywood Leg Splint aan de muur ontwierp Charles Eames voor de Amerikaanse marine. Ingelijste tekening van Riëtte Wanders. Voor de biënnale in Venetië en Sergio Hermans Antwerpse restaurant Le Pristine ontwierp Frederik ‘de langste boksbal ter wereld’, opgebouwd uit 25 gestapelde ‘MolenBlue’ Parmezaanse kazen van foam. Secretaire Magic Box is een Zwitserse designklassieker van Mummenthaler & Meier. Tafellamp CosmosLife 1 is een ontwerp van Frederik (Studio Molen), de vintage kast in de vorm van een baal graan komt uit een Beierse kerk en fungeert als whiskykabinet. 2 Boven de eikenhouten Kantinetafel van Piet Hein Eek hangt lamp Kayak. Esther en Frederik bouwden hem zelf in werkplaats The Mind’s Eye van Marc Daniels in Californië. Daniels maakt replica’s van klassieke kayaks waarmee in Alaska op vis werd gejaagd. Vintage stoelen SB02 van Cees Braakman voor Pastoe, vintage kapstok Thonet en tweedehands stoelen uit Oostenrijk. 3 De staalstructuur in het woongedeelte van het Ketelhuis is origineel. Naast de vloerverwarming onder de eiken vloer verwarmt de Free Flow FF17 kachel van Bullerjan (het onderstel is een eigen ontwerp) de ruimte. Aan de muur een schaalmodel van de Kayaklamp die Esther en Frederik bouwden voor boven de eettafel. De ijsbeer is gemaakt van oude legertenten, een werk van Riëtte Wanders. In Esthers kantoor staat een tweede exemplaar. Multiplex olifant van Eames voor Vitra, ongelakte Rietveld-stoel tweedehands, bank Naviglio van Arflex. 4/5/6 Een weelderige plantenwand verbindt de twee twee niveaus op de verdieping en draagt bij aan een serresfeer in de slaapkamer. Daglicht valt naar binnen via het dakraam en de raampartij in de gevel. Vanuit de slaapkamer leidt een houten trap (met geïntegreerde kast) naar een entresol met badkuip. De planten zijn meer dan een aantrekkelijke aankleding, ze houden ook de lucht gezond. Faye Toogood ontwierp de Spade Chair voor Please Wait To Be Seated. De botanische benadering, zo karakteristiek voor het Modijefsky-project Bar Botanique/Café Tropique in Amsterdam, paste Esther thuis ook toe. Houten speelgoed Ursa de Beer (Areaware). 7 De keuken met messing fronten en een roestvrijstalen werkblad is een ontwerp van Esther en Frederik, op maat gemaakt door interieurbouwer Fiction Factory. Elke bronzen handgreep draagt een eigen opschrift, een herinnering aan plekken die Esther en Frederik dierbaar zijn. Ook de open kast uit stalen profielen en met glazen wand is een eigen ontwerp.